Schrijftips van Jannette Weultjes

Tips voor het schrijven

Vind jij schrijven net zo leuk als Jannette Weultjes, maar kun je nog wel wat tips gebruiken? Kijk dan op deze pagina of volg de schrijftips op Facebook, Instagram en/of LinkedIn. Veel schrijfplezier! Wil je een training volgen of een schrijfopdracht uitbesteden, neem dan contact op.

 

22

Weet je hoe je 22 in letters schrijft? Tweeëntwintig. Er staan dus drie e’s na elkaar en op de laatste e staan puntjes, oftewel een trema. Hoe weet je nu op welke e puntjes moeten komen? Door het getal in delen te hakken, kom je erachter: twee-en-twintig. De e van ‘en’ zorgt voor een zogenaamde ‘klinkerbotsing’. Dat betekent dat je de klinkers als één klank kunt lezen, terwijl dat niet de bedoeling is, dus tweeen-twintig. Door de puntjes op de e van ‘en’ spreek je het woord uit, zoals het moet: twee-en-twintig.  

 

Als en dan

Wanneer gebruik je ‘als’ en wanneer ‘dan’ in een zin? ‘Dan’ gebruik je om een verschil aan te geven (dit noemen we de vergrotende trap), dus: groter dan, kleiner dan, verder dan. ‘Als’ schrijf je in vergelijkingen: even groot als, net zo klein als, even ver als. Zoals je kunt zien, wordt ‘als’ vaak gecombineerd met ‘even’ en ‘net zo’. In sommige streken is het gebruikelijk om ‘kleiner als’ te zeggen. In die streektaal is dat prima, maar wanneer je een nette geschreven tekst wilt, kun je het best de officiële regels toepassen.

 

Pasen

Met Pasen zijn er paastaarten, paaseitjes en ander lekkers verkrijgbaar. Zie je trouwens dat ik paastaarten en paaseitjes met een kleine letter schrijf en Pasen met een hoofdletter? Als het om de officiële benaming van het feest gaat, schrijf je een hoofdletter en anders schrijf je een kleine letter.

 

Netwerkcluppie

Koop jij weleens tweedehands spullen? Ik vind het erg leuk om meubels op te knappen en een tweede leven te geven of om van oude kledingstukken een mooi nieuw exemplaar te maken. Met netwerkclub De Zaak & Zo hebben we eens kringloopwarenhuis Het Goed bezocht. Ik vond het interessant om te horen hoe het bedrijf is ontstaan en dat het samenwerking zoekt met scholen en zorg. Ook helpt Het Goed mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het was een boeiende avond met mijn netwerkcluppie (ja, zo schrijf je het verkleinwoord van club).

 

Essentieel voor je tekst

Wie, wat, waar, wanneer, waarom, oftewel de vijf W’s. Als je een tekst schrijft, moet de lezer op die vijf vragen antwoord kunnen geven. Over wie gaat de tekst? Wat is het onderwerp van de tekst? Waar speelt de tekst zich af? Wanneer speelt het zich af? Ook moet de tekst antwoord geven op de waarom-vraag, bijvoorbeeld waarom wordt die jaarvergadering georganiseerd? Heb je een tekst geschreven, controleer dan altijd even of de vijf W’s in je tekst zitten. En als je ook nog antwoord kunt geven op de hoe-vraag (hoe wordt de jaarvergadering georganiseerd?), dan heb je het helemaal top gedaan.

 

Percentages

Bij het schrijven van een website moest ik een percentage vermelden. Maar hoe zit het ook alweer met percentages: zijn ze meervoud of enkelvoud? Ik heb het even opgezocht (lang leve internet!) en bij een percentage gebruik je enkelvoud. Mijn zin werd daardoor: 40% van de verkochte planten gaat over de toonbank in Nederland en 60% gaat naar andere landen in Europa.

 

Wind

Tijdens het hardlopen had ik op de heenweg flinke meewind en leek het lopen vanzelf te gaan. De terugweg ging een stuk zwaarder met de wind tegen. Ik moest toen denken aan het spreekwoord ‘de wind in de rug hebben’. Dit spreekwoord betekent dat je voorspoed ervaart en dat alles nét even makkelijker gaat. Ik wens je veel wind in de rug. 

 

Beste wensen

Aan het begin van een nieuw jaar spreken we positieve wensen naar elkaar uit. Weet je waar dit gebruik vandaan komt? Vroeger was het de gewoonte van veel beroepen om op nieuwjaarsdag langs de deuren te gaan. Postbezorgers, schoorsteenvegers, lantaarnopstekers en andere mensen verkochten dan huis aan huis prenten of almanakken. Ongetwijfeld begonnen ze hun verkooppraatje met de beste wensen. Doordat deze bezoekjes de nodige overlast gaven, werden ze tegen 1700 verboden. Het gebruik om elkaar een gelukkig nieuwjaar te wensen, is wel blijven bestaan.

 

Zzp'er

Al jaren schrijf ik teksten als zzp'er. Weet je waarom je zzp’er met een apostrof schrijft en niet met een streepje, als in zzp-er? Een streepje geeft aan dat het om een samenstelling gaat, waarbij het tweede woorddeel op zichzelf staat, zoals zzp-regeling. Aangezien ‘er’ geen opzichzelfstaand woorddeel is, maar een achtervoegsel, schrijf je zzp’er met een apostrof.

 

Groentetuin

Manlief heeft uit zijn groentetuin een flinke hoeveelheid flespompoenen geoogst. We maken er van alles van: pompoensoep, pompoenstoof en traybake uit de oven. Binnenkort ga ik bij mijn dochter een pumpkin spice latte proberen, want ook zij maakt van alles met de pompoenen uit haar vaders groentetuin. Eigenlijk is het best gek dat we groente-tuin schrijven, want er staat meestal meer dan één groente in. De schrijfwijze komt doordat het meervoud van groente 'groenten' of 'groentes' is. Doordat je het meervoud op twee manieren kunt schrijven, is er afgesproken dat je in samenstellingen zoals groentetuin, groentesoep, enzovoort geen tussen-n schrijft.  

 

Met de keu stoten

De biljarter stootte de bal met haar keu. Zie je dat het werkwoord in de verleden tijd een extra t (stootte) heeft gekregen? In de tegenwoordige tijd is het ‘ik stoot’. In de verleden tijd komt er normaal ‘te’ bij, zoals bij ‘ik maakte’. Bij stootte komt ‘te‘ er ook bij en staat er dus dubbel t.

 

Komkommertijd

In de krantenwereld is het in de zomer komkommertijd. De politiek houdt reces, op sportgebied is het rustig en ook organisaties en bedrijven houden vakantie. Het woord komkommertijd komt waarschijnlijk uit het Engels. De kleermakers hadden in de zomer niets te doen, omdat de adel dan uit de stad trok om vakantie te vieren. De zomer is ook de periode dat komkommers rijp zijn. Het woord cucumber-time werd gebruikt door Duitse kleermakers die in Londen werkten. In Duitsland gebruikten ze het woord Sauregurkenzeit, oftewel augurkentijd. Augurken behoren tot dezelfde soort als komkommers en door deze ‘vertaling’ is het woord komkommertijd waarschijnlijk ook in Nederland gekomen.

 

Familiedeel

Je hebt misschien al eens van contaminaties gehoord. Dat zijn samentrekkingen van woorden die niet echt bij elkaar horen. Misschien ga je deze zomer op vakantie met je familie. Als iemand je ernaar vraagt, zou je kunnen zeggen ‘ik maak onderdeel uit van deze familie’. Deze zin is een samentrekking van ‘onderdeel zijn’ en ‘deel uitmaken van’. De juiste zin zou zijn: ‘ik maak deel uit van deze familie’ of ‘ik ben onderdeel van deze familie’.

 

Op een tafeltje azen

In de zomer kan het heerlijk zijn om af en toe een terrasje te pakken. Maar door de drukte kan het weleens een toer zijn om een tafeltje te bemachtigen. Het werkwoord azen past hier mooi bij: ik aas op een tafeltje, jij aast op een tafeltje, wij azen op een tafeltje. Maar weet je ook hoe je dit werkwoord in de verleden tijd moet schrijven? Is het ‘ik aaste op een tafeltje’ of ‘ik aasde’? Tip: kijk naar waar de stam op eindigt. De stam is het werkwoord min ‘en’, dus hier: azen wordt ‘az’. Daarna kijk je of de laatste letter in ’t kofschip zit. De z zit daar niet in en daarom eindigt het werkwoord op een d in plaats van een t. Dus ik aasde, jij aasde, wij aasden. Als de stam op een s-klank zou eindigen en dus in ’t kofschip zit, dan zou het werkwoord in de verleden tijd op een t eindigen.

 

Intercommagazine

Vanmorgen had ik weer een leuk interview voor het magazine Intercom van BV Noordoostpolder. Dit magazine wordt drie keer per jaar naar de leden van de ondernemersvereniging gestuurd. Wist je dat je Intercommagazine gewoon aan elkaar schrijft? Als je dat te onoverzichtelijk vindt, mag je er een streepje tussen zetten, dus Intercom-magazine. En nog een tip: bij BV Noordoostpoldermagazine schrijf je BV los van Noordoostpoldermagazine. Dat komt omdat het woord BV Noordoostpolder zonder het woord magazine ook als twee woorden wordt geschreven. Ook hier geldt dat je er een streepje tussen mag zetten, dus BV Noordoostpolder-magazine, maar dat hoeft dus niet.

 

Londense story's

Dit jaar konden mijn jongste dochter en ik, vanwege corona, eindelijk haar examencadeau verzilveren: een weekend Londen. Het was leuk om dit met z’n tweetjes te beleven: samen in The London Eye, wandelen naar the Big Ben en Westminster Abbey en de wisseling van de wacht bekijken op Buckingham Palace. En tussendoor natuurlijk lekker eten en drinken. We zitten nu bomvol story’s, om maar in Engelse termen te blijven. Wist je trouwens dat we het meervoud van story in het Nederlands anders schrijven dan in het Engels? In het Engels is het stories en in het Nederlands story’s. We hebben wel meer Engelse woorden in de Nederlandse taal, zoals cowboy en deejay. Doordat er bij die woorden een klinker voor de y staat, schrijven we daar de s eraan vast, dus cowboys en deejays. Bij story’s staat er geen klinker voor en daarvoor in de plaats staat er een apostrof, een ‘ dus.

 

Naar de tandarts

Laatst brak er een stukje vulling van mijn kies. Gelukkig kon ik zo-even naar de tandarts om dat te laten herstellen. Het woord zo-even schrijf je aan elkaar, maar door het streepje voorkom je een zogenaamde ‘klinkerbotsing’. Anders zou er ‘zoeven’ staan. Doordat je ‘zo’ en ‘even’ ook als losse woorden kunt schrijven, zet je er een streepje tussen en zetten we geen trema op de eerste e (dan zou er zoëven staan).

 

Lekker skiën

In de winter gaan er heel wat Nederlanders naar het buitenland om lekker te skiën. Heb je je weleens afgevraagd hoe je het verkleinwoord van ski schrijft? Dat is skietje. De e is noodzakelijk voor een goede uitspraak. Wanneer je het woord aan het eind van een zin afbreekt, verdwijnt de e weer. Dan wordt het ski-tje.  

 

Sinterklaas

Sinterklaas komt voor in een aantal spreekwoorden en gezegden, zoals in ‘Voor Sinterklaas spelen’? Dit gezegde betekent dat je alle wensen vervult zonder er zelf voordeel van te hebben. Het gezegde ‘Sinterklaas heeft goed gereden’ had ik nog nooit gehoord. Als je die zin zegt, dan heb je veel voor Sinterklaas gekregen.

 

Sint-streepje

Elk jaar komen er bij ons weer kinderen langs voor Sint-Maarten. Wist je trouwens dat je dat met hoofdletters en een koppelstreepje moet schrijven? Alle namen van sinten en plaatsnamen die naar een sint zijn vernoemd, schrijf je met hoofdletters en een streepje. De oorspronkelijke naam van Sinterklaas, Sint-Nicolaas, schrijf je dus ook met een koppelstreepje. Er zijn wel uitzonderingen voor plaatsnamen. Soms heeft een gemeente bepaald om de naam zonder streepje te schrijven, bijvoorbeeld Sint Annaparochie.

 

Trouwen

Elk jaar vieren we met ons gezin onze trouwdag. Weet je dat er heel veel spreekwoorden gaan over het huwelijk? Zo betekenen ‘Aan de man komen’, ‘Naar de pastoor gaan’ en ‘De lange huur ingaan’ allemaal hetzelfde, namelijk: trouwen. In de geschiedenis van het huwelijk was trouwen meer een economische verbintenis om bezittingen en erfenissen van families veilig te stellen. Het stel zocht elkaar niet zelf uit, maar de familie nam deze taak op zich. Gelukkig mogen we tegenwoordig zelf onze partner kiezen en wordt er meestal getrouwd om romantische redenen.

 

Parapluutje

In Nederland valt er nog weleens een buitje, hoewel we ook steeds meer droge periodes kennen.Over buitje gesproken: als we in het Nederlands een woord verkleinen, zetten we er vaak ‘tje’ achter, zoals bij buitje. Bij woorden die eindigen op een lange klinker, zoals bij schema, willen we dat die lange a hoorbaar blijft. Daarom zetten we er een extra a tussen, dus schemaatje. Dat geldt ook voor woorden als autootje, paginaatje en parapluutje. Dus mocht je die weer eens nodig hebben, dan weet je nu wat de juiste schrijfwijze is.

 

Pechvogel

Toen ik mijn hand eens openhaalde aan een piepklein stukje glas vond ik mijzelf nogals een pechvogel. Wist je trouwens dat het woord pechvogel uit het Duits komt? Er werd vroeger gedacht dat een bepaalde vogel ongeluk bracht en daarom probeerde men die te vangen. Men smeerde daarvoor pek, oftewel Pech, op een tak, waardoor het diertje bleef plakken en kon worden gevangen. Een echte pechvogel dus.

 

Wensen

We wensen het elkaar vaak genoeg toe: Succes hè! Geniet ervan! Eet smakelijk! We kunnen dat ook op deze manier zeggen: Werk ze! Geniet ze! Eet ze! Heb je er weleens over nagedacht hoe je dat schrijft? Je noteert het dus als twee losse woorden, dus niet werkze of werkse. Het is maar dat je het weet. Enne… het is bijna weekend, dus geniet ze!

 

Grijs

In de herfst en winter kan het er buiten nogal eens grijs uitzien. Januari 2022 heeft hét record van meest grijze maanden verbroken. Het woordje ‘hét’ heeft in deze zin een accent aigu op de e. Wist je trouwens dat je in de Nederlandse taal altijd zo’n accent moet gebruiken als je ergens de klemtoon op wilt leggen en nooit een accent grave, het accent dat naar beneden is gericht? Een paar voorbeelden: Januari is dé meest grijze maand. Januari komt vóór februari. Het is nú de meest grijze maand.

 

Jaarwisseling

Op oudjaarsdag vieren we oud en nieuw. Een dag later is het Nieuwjaarsdag en omdat dit een nationale feestdag is, schrijven we die dag met een hoofdletter. Wens je iemand gelukkig nieuwjaar, dan schrijf je het weer met kleine letters. Feestdagen schrijf je dus met een hoofdletter, maar afgeleiden daarvan met een kleine letter.

 

Niesbui

Om ons heen zien we mensen hoesten en niesen. Hopelijk ben je zelf niet geraakt door het coronavirus (op wat voor manier dan ook)! Wist je dat je het werkwoord niesen op twee manieren kunt schrijven? Niesen en niezen. Als je niesen gebruikt, moet je het vervoegen met de regels van het kofschip, dus met een t: ik nies, ik nieste, ik heb geniest. Schrijf je niezen, dan schrijf je het met een d (de stam eindigt in het Nederlands nooit op een z, dus die wordt een s = nies), dus ik nies, ik niesde, ik heb geniesd.

 

Afspraken plannen

Wanneer je afspraken wilt plannen, is het belangrijk om te weten hoelang ze duren, anders loopt je planning in het honderd. Wist je dat je het woord hoelang alleen gebruikt wanneer het over tijdsduur gaat? Als je het over lengte hebt, dan schrijf je het als twee losse woorden, dus hoe lang. Voorbeelden: Hoe lang is deze rolmaat? Hoe lang is jouw broer? En dus: Hoelang duurt deze voorstelling?

 

Herfst

In de herfst krijgen bomen en struiken prachtige kleuren, maar niet iedereen kan daar zo van genieten. Sommige mensen worden in deze periode juist depri. Er komt niets uit hun handen en ze voelen zich nutteloos. Weet je waarom we nutteloos zonder n schrijven tussen nutte en loos? Woorden die eindigen op loos krijgen nooit een tussen-n, behalve als het eerste deel van het woord in het enkelvoud al een n heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval bij wezenloos en levenloos. Nut in nutteloos is enkelvoud en daarom komt er dus geen n tussen.  

 

Grote, metalen bus

Soms krijg ik de vraag waarom ik in een bus rijd. De bus heeft zes zitplaatsen, waardoor we er met het hele gezin in passen. Wij vinden dat erg handig. Over bus gesproken. Heb jij je weleens afgevraagd waarom je bij ‘grote bus’ geen n achter ‘grote’ schrijft en bij metalen bus wel een n gebruikt? Wanneer het om een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord gaat, dan schrijf je het met een n. Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord geeft aan waar iets van is gemaakt. Je schrijft dus wollen trui, houten tafel en metalen bus, maar grote toren.

 

Getallen in letters

Op de website van het CBS, het Centraal Bureau voor de Statistiek, kun je dagelijks zien hoeveel inwoners Nederland heeft. Half september 2021 staat de teller op 17.541.485 inwoners. Hoe zou je dat in letters moeten schrijven? Volgens de taalregels komt er na duizend een spatie. Voor en na miljoen en miljard komt ook een spatie. We schrijven dus zeventien miljoen vijfhonderdeenenveertigduizend vierhonderdvijfentachtig.

 

Zijn of haar?

Tijdens mijn vakantie op Ameland heb ik heel wat gefietst en gelopen door zijn natuur. Prachtig! Wist je dat plaatsen en landen onzijdig zijn en dat je daarom ‘zijn natuur’… schrijft? Wanneer er een woord voor het gebied staat, zoals stad, dorp, land of gemeente, dan bepaalt dat woord of het mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. De-woorden zijn vaak vrouwelijk, het-woorden onzijdig. Het is dus 'het' eiland Ameland met 'zijn' natuur en 'de' stad Leeuwarden met 'haar' inwoners.

 

Leesbril

Pff, ik ben ruim 40+ (ik kan beter zeggen 50- haha) en kan helaas niet meer zonder een leesbril. Wanneer mijn kinderen me iets willen laten lezen terwijl ik geen bril op heb, houden ze de tekst vlak bij mijn ogen. Helaas helpt dat niets, want dan kan ik het helemaal niet meer lezen. Die bril heb ik gewoon echt nodig! Wist je trouwens dat er verschil zit in vlakbij en vlak bij? Als je het los schrijft, dan komt er nog wat achteraan, zoals ‘vlak bij mijn ogen’. In de zin ‘ze hield de tekst vlakbij’ komt er niets achteraan en schrijf je het als één woord.

 

Uploaden

Lang leve de digitale wereld! Dankzij het internet komt de hele wereld onze huiskamer of ons kantoor binnen. Superhandig. Ook als je elkaar iets wilt sturen, is het een eitje om iets te downloaden of te uploaden. Het werkwoord uploaden is trouwens wel een lastige. Je schrijft: ik upload, ik uploadde (met dubbel d) en ik heb geüpload. In het meervoud is het: wij uploaden, wij uploadden (met dubbel d) en wij hebben geüpload.

 

Doelgroepkennis

Ken je dat? Je schrijft een tekst en vervolgens snapt je doelgroep niet wat je wil zeggen. Als je een tekst schrijft, is het altijd belangrijk om je af te vragen wat je doelgroep al van het onderwerp weet, de voorkennis dus. Heb je een nieuw product ontwikkeld, dan is het bijvoorbeeld belangrijk om goed te beschrijven wat er zo nieuw aan is. Maak je een nieuwsbrief over een activiteit die je vereniging kortgeleden had en waar de leden al meerdere keren wat over hebben kunnen lezen, dan hoef je niet meer van alles uit te leggen en kun je snel to the point komen.

 

Eén of meer wijntjes

In het weekend drink ik graag een glaasje wijn, het liefst rode. Op warme dagen vind ik rosé ook lekker, maar van witte wijn ben ik minder fan. 90% van alle wijntjes die ik neem, is rood. Even een taalweetje: zie je dat 90% in enkelvoud is geschreven? Als er zou staan ‘van de 100 wijntjes die ik neem, zijn er 90 rood’, dan schrijven we die aantallen wel in meervoud. Percentages schrijf je dus in enkelvoud en aantallen in meervoud, tenzij het om 1 gaat.  

 

Als de brandweer

In mijn dorp Rutten hebben we de vrijwillige brandweer. Het is super dat de mannen en vrouwen van de brandweer zich vrijwillig inzetten voor de veiligheid van de mensen in en om Rutten. Regelmatig rijden ze met loeiende sirenes de dorpskern uit om ergens een brand te blussen of assistentie te verlenen bij een ongeluk. Zowel de brandweer als de politie zijn vaak bij een calamiteit aanwezig. Hmm, even taaltechnisch naar deze zin kijken. Het woord brandweer en het woord politie zijn woorden in enkelvoud. Eigenlijk zouden we dus ook kunnen zeggen: zowel de brandweer als de politie is vaak bij een calamiteit aanwezig. Volgens de officiële spelling mag het allebei. Mocht één van de twee woorden meervoud zijn, dan moet de zin wel in meervoud. Bijvoorbeeld: Zowel Christiaan als andere brandweermannen en -vrouwen maken deel uit van de Ruttense brandweer en zijn op zoek naar nieuwe collega’s.

 

Gerelaxd of gerelaxt?

In vakanties is het tijd om te relaxen. Heb je weleens nagedacht hoe je het werkwoord relaxen moet vervoegen? We schrijven: ik relax, jij relaxt, wij relaxen. Verder is het: ik relaxte en ik heb gerelaxt. We schrijven het hier met een t, omdat de stam eindigt op een x: relax. De x heeft een sisklank en daarom gelden de regels van 't kofschip. Dat betekent dat we na een letter uit 't kofschip (in dit geval de s, oftewel de sisklank) een t schrijven. Bij relax komt er dus een t achter.

 

Op een na laatste

Wist je dat je een-na-laatste zonder koppelstreepjes schrijft als er ‘op’ voor staat? De koppelstreepjes vervangen dus eigenlijk het woordje op. Goed nieuws: dit is nog lang niet mijn op een na laatste schrijftip.

 

Aanspreekvorm

Soms vragen ondernemers mij om hun website te bekijken en tips te geven. Wat me opvalt, is dat in veel teksten de u-vorm en de je-vorm door elkaar worden gebruikt. Kies liever voor één aanspreekvorm. Tegenwoordig worden veel websites in de je-vorm geschreven. Wanneer jij je klanten altijd met u aanspreekt, dan kun je beter voor de u-vorm kiezen. Tip: heb je voor een bepaalde vorm gekozen, voer die dan ook door in je andere communicatie, zoals in advertenties, folders en je social media. 

 

1 aprilgrap

Over de herkomst van de grappen op 1 april doen diverse verhalen de ronde. Eén daarvan is dat men tot 1582 nieuwjaar vierde op 1 april. In 1582 veranderde die datum naar 1 januari. De communicatie verliep in die tijd niet zo snel als nu en daardoor wist niet iedereen dat het was aangepast. Iedereen die op 1 april 1582 oud en nieuw vierde, werd gepest en daar komt de 1 aprilgrap dus vandaan. Nu weet je meteen hoe je 1 aprilgrap schrijft ;-). April en grap horen dus aan elkaar. 

 

Bedrijf en gezelligheid

Hoe gezellig is jouw bedrijf? Misschien vind je dit een vreemde vraag. Toch kan het voor sollicitanten een heel belangrijkste vraag zijn. Op je werk breng je heel wat uren door en dan kan de sfeer een grote rol spelen. Heb je regelmatig personeel nodig, laat dan op je social media zien wat voor bedrijf je hebt. Post iets over de vrijdagmiddagborrel, de verjaardagstaarten, de kerstpakketten en het gezellige bedrijfsfeest. Ze kunnen mede bepalen of een sollicitant voor jouw bedrijf zal kiezen. 

 

Gehobbyd of gehobbyt? 

Een van mijn grote hobby's is creatief bezig zijn. Ik ben weekenden met een beitel en een bandschuurapparaat in de weer geweest op een stuk boomstam. Toen het klaar was, heeft manlief er wieltjes onder gezet en heb ik de boomstam in de beits gezet. Lekker gehobbyd dus. Gehobbyd? Ja, de stam van het werkwoord hobbyen eindigt op een y. Die letter zit niet in 't kofschip en daarom eindigt de verleden tijd van dit werkwoord op een d in plaats van een t. Dus hobbyen - hobbyde - gehobbyd. Let op: 'zij hobbyt' eindigt wel op een t, want dat is de tegenwoordige tijd.

 

Warmetruiendag of warme truiendag?

Als we op Warmetruiendag allemaal een warme trui aantrekken en de kachel iets lager zetten, bereiken we samen een enorme besparing op gas en elektriciteit! Wist je dat je Warmetruiendag als één woord schrijft? Het bestaat eigenlijk uit drie woorden: warme + truien + dag. Doordat alle woorden even 'belangrijk' zijn, schrijf je ze aan elkaar. Als je warme truiendag zou schrijven, dan bedoel je dat het op truiendag warm is. 'Warm' heeft dan dus een andere functie. Het woord 'rodewijnglazen' is ook een mooi voorbeeld. Schrijf je 'rode wijnglazen', dan bedoel je dat de wijnglazen rood zijn. Bij rodewijnglazen gaat het om glazen die bedoeld zijn voor rode wijn.

 

Van wie is het?

Jans boek, Piets schrift en Wouters pen. De meeste mensen vinden het niet lastig om dit te schrijven: je zet gewoon een s achter de naam. Maar hoe zit het met de hoed van Kees en de pet van Remco? Wanneer een naam op een s eindigt, maak je er s' van. Het is dus Kees' hoed. Als je er bij Remco een s achter zou zetten, staat er Remcos pet. Omdat we Remcoos uitspreken, komt er een ' voor de s, dus Remco's pet. Wanneer het voor de klank niet uitmaakt, schrijf je de s aan de naam vast, dus Annes baret.

 

Geef foto's een naam

Wist je dat je de vindbaarheid van je website kunt verbeteren door de foto’s op je website een naam te geven waarin zoektermen staan? Verwerk ook je bedrijfsnaam en vestigingsplaats in die naam en zet tussen elk woord een _. Je krijgt dan bijvoorbeeld: Jannette_Weultjes_Tekst_en_Communicatie_Rutten_training_website_schrijven.

 

Fotografen of fotograven?

Voor je website en social media is het belangrijk om goede foto’s te gebruiken. Je kunt gebruikmaken van beeldbanken, maar je kunt natuurlijk ook een fotograaf inschakelen. Weet je trouwens hoe je het meervoud schrijft van fotograaf? Dat is het woord fotografen. Veel woorden die in het enkelvoud eindigen op een f schrijf je in het meervoud met een v, bijvoorbeeld brief, brieven. Wanneer graaf aan het eind van een woord afkomstig is van het Griekse woord grafein (dat betekent schrijven), dan maak je er in het meervoud grafen van.

 

Alle of allen

De agenda's liggen alle al klaar voor de Zoom-meeting. De collega's zitten allen klaar voor de Zoom-meeting. Wanneer gebruik je nou alle en wanneer allen? Als alle terugslaat op mensen, zoals in de zin met de collega's gebruik je ‘allen’. Slaat alle op dingen, dan schrijf je ‘alle’. Deze regel geldt alleen als alle terugslaat op iets of iemand. Als je alle als een soort lidwoord gebruikt, dan schrijf je wel ‘alle’. Dit is bijvoorbeeld het geval in deze zin: Alle collega's zitten klaar voor de Zoom-meeting.

 

Trema of streepje

Ge-informeerd of geïnformeerd? Re-integratie of reïntegratie? Soms is het best lastig om te bedenken of je een trema of een streepje moet gebruiken. Het trema gebruik je bij ‘gelede’ woorden oftewel afleidingen. Die bestaan uit een kernwoord en een voor- en/of achtervoegsel, zoals ‘ge’ en ‘be’. Geïnformeerd en beïnvloeden zijn daar voorbeelden van. Samenstellingen schrijf je met een streepje. Re-integratie bestaat uit re (betekenis: her) en integratie en koppel je dus aan elkaar met een streepje. 

 

Een of één?

Wanneer schrijf je nou een en wanneer één? Eén schrijf je alleen als het om een telwoord gaat (dus één, twee, drie) en er anders verwarring zou kunnen ontstaan. Voorbeeld: Koop jij één of twee broden? In deze zin ‘Hij moet nog een boek terugbrengen’ schrijven we een, tenzij je hier wilt benadrukken dat hij nog één boek moet terugbrengen, dan schrijf je het wel met accenten. In zinnetjes met ‘een van de’ en ‘een of meer’ is het wel duidelijk dat het om één gaat (het telwoord dus) en niet om het lidwoord een. Er ontstaat geen verwarring en dan schrijf je het dus zonder accenten. 

 

Elektriciteit

In Lelystad waren er de afgelopen tijd meerdere stroomstoringen. Voor de mensen die het betrof, was dat natuurlijk erg irritant. We zijn zo gewend aan elektriciteit dat we eigenlijk niet meer zonder kunnen. Wist je trouwens dat je alle woorden met ‘elektr’ met een k schrijft? Dus elektriciteitscentrale, elektrisch installateur, elektricien (nee, geen puntjes op de laatste e!) en elektrotechniek.

 

Iets het hoofd bieden

Iets het hoofd bieden. Het is zo’n spreekwoord dat zit verankerd in ons taalgebruik. Het betekent weerstand bieden. De beelddenkers krijgen vast een luguber beeld bij dit spreekwoord. Gelukkig kun je dat beeld nu vervangen door een ander plaatje. Het hoofd bieden stamt af van de beweging die stieren en bokken met hun kop maken om weerstand te bieden.

 

Contaminaties

Mijn zoon betrapt mij er regelmatig op dat ik ‘uitprinten’ zeg. Dit is een woord dat eigenlijk niet bestaat, want het is een zogenaamde contaminatie, een verhaspeling van twee woorden. Uitprinten is afgeleid van ‘printen’ en ‘uitdraaien’. Van dit soort woorden zijn nog veel meer voorbeelden, zoals optelefoneren (opbellen en telefoneren), nachecken (nakijken en checken) en overnieuw (overdoen en opnieuw). Een schrale troost voor mij: uitprinten wordt inmiddels zo vaak gebruikt, dat Van Dale het zelfs aan het woordenboek heeft toegevoegd.

 

Voor of achter

Welke zin zou jij gebruiken: ‘Ik zit voor de computer’ of ‘Ik zit achter de computer’? Met ‘achter de computer zitten’ geef je het best aan wat je aan het doen bent. Je doet iets actiefs, net als bij ‘achter het stuur zitten’ of achter de piano of kassa. Het woord ‘voor’ gebruik je vooral bij passieve dingen. Je staat voor de spiegel en je zit voor de televisie.

 

Spin in het web of spil in het web

In de Nederlandse taal gebruiken we veel spreekwoorden en gezegden. Helaas worden sommige niet altijd goed gebruikt. Laatst las ik in een vacaturetekst ‘de spil in het web’. Het spreekwoord luidt ‘spin in het web’. De betekenis hiervan is dat iemand als spin in het web een spilfunctie heeft op een afdeling of binnen een organisatie. Alles draait om die persoon. Bij ‘spil in het web’ zijn de betekenis en het gezegde dus met elkaar vermengd.

 

Liken

Op social media is het belangrijk dat je volgers je bericht ‘liken’. Maar hoe vervoeg je dit Engelse werkwoord nu eigenlijk? Het is liken, likete, geliket. Dus ik like, ik likete en ik heb geliket. Jij/hij liket, jij/hij likete en jij/hij hebt geliket. Wij/jullie/zij liken, wij/jullie/zij liketen en wij/jullie/zij hebben geliket.

 

Wanneer een apostrof?

Op de derde dinsdag in september, Prinsjesdag dus, biedt de minister van Financiën de Miljoenennota en de Rijksbegroting aan in het bekende koffertje. Toen Wopke Hoekstra minister van Financiën was, wat het dus Wopke’s koffertje of moeten we eigenlijk schrijven Wopkes koffertje? Het is inderdaad het laatste, want er is geen klankverandering of je de s er nu aan vast zet of niet. Bij Pieters koffertje komt de s er dus ook gewoon aan vast, maar bij Onno en Tanja niet. Wanneer een naam eindigt op een s (of op een sis-klank), dan komt er geen s achter, maar alleen een ‘. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Klaas’ auto en Alex’ fiets.

 

Als of dan

Heb jij er ook zo’n moeite mee wanneer je als of dan moet gebruiken? ‘Als’ schrijf je als iets gelijk is, dus ‘even groot als’. ‘Dan’ schrijf je als iets niet gelijk is, dus ‘groter of kleiner dan’ (vergrotende trap).

Ook merk ik dat mensen vaak moeite hebben met het woord dat erachter moet komen, vooral als het over henzelf gaat. ‘Hij is groter dan ik’ is de juiste schrijfwijze (en dus niet: ‘Hij is groter dan mij’). Je kunt dit onthouden door er het woord ‘ben’ achter te zetten: Hij is groter dan ik ben. In de zin ‘Hij is groter dan mij’ kun je er geen ‘ben’ achter zetten en dan weet je dat dit niet de juiste schrijfwijze is.

 

Meervoud

Weet je wat het meervoud is van jubileum? Jubileum is een zogenaamd leenwoord uit het Latijn en daarom mogen we in het meervoud zowel jubileums als jubilea schrijven.

Weet je trouwens dat Jannette Weultjes Tekst & Communicatie ook jubileumboeken schrijft? Mocht je in de toekomst een jubileum gaan vieren, dan is dat een mooie gelegenheid om een jubileumboek te laten maken. Informeer gerust naar de mogelijkheden.

 

Relax!

In de vakantie is het tijd om te relaxen. Weet jij hoe je het werkwoord relaxen moet vervoegen? Ik relax, ik relaxte, ik heb gerelaxt. Relax eindigt op een x. Dat noemen we een sis-klank. Je hebt vast al eens gehoord van ’t kofschip. Daar zit de s in en dat betekent dat je werkwoorden waarvan de stam (werkwoord min -en) eindigt op een s met een t vervoegt. Voor woorden die eindigen op een x geldt dat ook. Dus ik relaxte, ik heb gerelaxt. Relax!

 

Eet smakelijk!

In de zomer is het extra aanlokkelijk om uit eten te gaan. Maar naar welk restaurant? Wordt het een locatie met de Franse kaart of toch een italiaan of chinees? Grappig dat je ‘de Franse kaart’ met een hoofdletter schrijft, terwijl italiaan en chinees met een kleine letter worden geschreven. Wanneer je hier een persoon uit Italië of China bedoelt, dan schrijf je wel een hoofdletter, maar als het om een restaurant gaat niet. Weer wat geleerd dus. En waar je ook gaat eten: eet smakelijk!

 

Lekker wijntje

De vorige schrijftip ging over de italiaan en chinees als restaurants. Zo schrijf je ze met een kleine letter, maar het is wel Italiaans en Chinees restaurant. Als het gaat om producten die refereren aan een bepaald gebied, maar waar de gedachte aan dat gebied geen rol meer speelt, dan is het zonder hoofdletter. Bijvoorbeeld een glas champagne, een fles moezelwijn en parmaham. Twijfel je? Kijk eens op www.onzetaal.nl

 

Beide of beiden?

Kijk jij graag een sportwedstrijd in een stadion? Dan heb ik een bijpassende schrijftip voor deze zinnetjes: de twee supporters mogen beiden weer het stadion in. De tafels en stoelen staan alle weer klaar op het terras. Wanneer beide en alle op personen slaan, zet je er een n achter, dus beiden en allen. Slaat het op een zelfstandig naamwoord, zoals de tafels en stoelen dan schrijf je het zonder n. 

 

Updaten

Als ondernemer is het altijd belangrijk om je communicatie te updaten. Met een actuele website en up-to-date berichten op social media zorg je ervoor dat je zichtbaar blijft voor je doelgroep. Weet je trouwens hoe je het werkwoord updaten vervoegt? Dat is nog best een lastige. Ik update, ik updatete, ik heb geüpdatet, hij/jij updatet (hier komt er dus een t achter in de tegenwoordige tijd, net als bij ik werk, hij werkt), hij updatete en hij heeft geüpdatet. En in het meervoud is het: wij/jullie/zij updaten, wij updateten en wij hebben geüpdatet. 

 

Verkleinwoorden bij een é

Veel mensen vinden het leuk om af en toe uit eten te gaan, te borrelen in een café of gezellig een kop koffie te drinken op een terras. Dat brengt me tegelijk op deze schrijftip. Weet jij hoe je het verkleinwoord van café, soufflé of saté schrijft? Je haalt de é weg en zet er ee voor terug. Dan wordt het dus cafeetje, souffleetje en sateetje. 

 

Letters en streepjes

Elk jaar gaat er weer een lichting basisschoolleerlingen naar de middelbare school. Weet jij hoe je de verschillende richtingen op middelbare scholen moet schrijven? Is het HAVO-opleiding of havo-opleiding? En schrijf je mavo-diploma met een streepje of aan elkaar? En hoe zit dat met het VMBO? Of is het vmbo? De antwoorden zijn als volgt:

Bij opleidingen schrijf je kleine letters, dus vmbo, mavo, havo, vwo, mbo, hbo. Als je de letters als woord uitspreekt, dan schrijf je het vast aan het woord dat er achteraan komt. Het is dus mavodiploma. Bij mavoopleiding zou er verwarring kunnen ontstaan en daarom zet je daar een streepje tussen. Bij de opleidingen waarvan je de naam als letters uitspreekt, gebruik je altijd een streepje. Het is dus vmbo-certificaat, hbo-stage.

 

Website als visitekaartje

Je website is het visitekaartje van je bedrijf. Zorg er dus voor dat jouw website actueel is. Klopt de informatie die erop staat nog? En maken de foto’s duidelijk wat jouw bedrijf doet? Heb je inmiddels een nieuwe dienst of een nieuw product dat nog niet op je website staat? Of heeft een dienst of product een grotere rol binnen je bedrijf gekregen? Geef het dan een prominentere plek op je website. Met Jannette Weultjes Tekst & Communicatie help ik je graag bij een nieuwe indeling en actuele teksten voor jouw website. Bovendien schrijf ik SEO-vriendelijk. Ik houd dus rekening met de werking van Google. Interesse? Neem vrijblijvend contact op.

 

Koppelstreepjes

In de Nederlandse taal gebruiken we regelmatig koppelstreepjes. Toch is het best lastig om te onderscheiden wanneer je wel of geen streepje moet gebruiken. In samenstellingen van woorden die gelijkwaardig zijn, zet je een streepje tussen die gelijkwaardige delen. Voorbeelden hiervan zijn: moeder-dochterrelatie, zwart-witafbeelding, kip-eiverhaal, tomaten-groentesoep. Moeder en dochter, zwart en wit, kip en ei en tomaten en groente zijn gelijkwaardig. Het ene woord heeft geen hogere waarde in deze samenstelling dan het andere en daarom zet je er een streepje tussen. Twijfel je bij een woord? Zoek het dan even op op www.onzetaal.nl.  

 

Blijf up-to-date!

Heb je het als ondernemer even rustiger met opdrachten, gebruik die tijd dan nuttig. Misschien kun je een online training volgen of een verkorte opleiding. Of misschien kun je nu eindelijk eens dat managementboek lezen dat al maanden op je bureau ligt. Door je kennis up-to-date te houden of zelfs uit te breiden, blijf je ook na een rustiger periode interessant voor je bestaande en nieuwe opdrachtgevers.

 

Ten minste en tenminste

Ten minste en tenminste zijn woorden waar nogal eens fouten mee worden gemaakt. Daarom weer een tip om dat beter te kunnen onthouden (en anders kun je het hier nog even nakijken). Voorbeeld: Op de snelweg moet je ten minste 60 km/uur rijden. Als ten minste ‘minimaal’ betekent, dan schrijf je het los. Wil je dat het de betekenis heeft van ‘althans’ of ‘in elk geval’ dan schrijf je het aan elkaar. Voorbeeldzin: Er waren niet genoeg deelnemers, maar de organisatie had tenminste haar best gedaan. Meer schrijftips? https://www.jannetteweultjes.nl/schrijftips/

 

Zet de Messenger-knop in

Heb je een bedrijf, dan is het goed om regelmatig aandacht te besteden aan je social media. Nodig volgers van je persoonlijke Facebookpagina bijvoorbeeld uit om ook jouw zakelijke pagina te liken. En als je een bericht op Facebook zet, klik dan ook meteen even op de Messenger-knop. Je bericht wordt dan gekoppeld aan Messenger, zodat mensen via Messenger snel contact met je kunnen leggen. Dat is vooral handig voor volgers die je telefoonnummer of e-mailadres niet hebben. Wie weet, levert het je nog leuke nieuwe contacten of een opdracht op.

 

Eén kievit maakt nog geen zomer

Het is voorjaar. Hier in de Noordoostpolder gaan sommige mensen dan op zoek naar kievitseieren. Vaak nemen ze de eieren als bewijs mee naar huis, maar vanaf 2015 is dat verboden. Via hun mobiel kunnen ze nu hun vondst melden, want het blijft toch een sport wie het eerste ei vindt. Weet je trouwens hoe je het meervoud van kievit schrijft? Het antwoord is kieviten. Als de klemtoon op het voorste deel ligt, dan komt er in het meervoud alleen -en achter. Hetzelfde geldt voor woorden als slechteriken en monniken. Er zijn ook werkwoorden waar dit voor geldt, zoals grinniken, stencilen en hengelen. 

 

Online zichtbaar

Plaats regelmatig een bericht op Facebook, LinkedIn of Instagram, zodat mensen aan je herinnerd worden. Vind je het lastig om te bedenken wat je erop kunt plaatsen? Geef bijvoorbeeld tips die je ook in het normale leven aan klanten zou geven of laat zien hoe jij creatief omgaat met tegenslag. Misschien heb je inmiddels een nieuw product ontwikkeld of ben je bezig met een cursus. Door van je te laten horen, blijf je beter hangen in de gedachten van je doelgroep. En nog een tip: nodig mensen uit om je social media te volgen. Hoe meer volgers, hoe breder jij je boodschap kunt ventileren. Laat je zien en horen en inspireer anderen met jouw berichten!

 

Te veel of teveel?

Wanneer schrijf je nou te kort en wanneer tekort? En hoe zit dat met te veel en teveel? Als kort of veel iets zegt over de lengte of de hoeveelheid dan schrijf je het als losse woorden. Voorbeelden: Mijn gras is te kort gemaaid. Er hangen te veel paraplu’s. Ezelsbruggetje: je kunt er het tegengestelde woord voor in de plaats zetten. Mijn gras is te lang gemaaid. Er hangen te weinig paraplu’s.

Gaat het meer om een algemeen begrip, dan schrijf je het aan elkaar. Ik heb een tekort aan balpennen. Er is een teveel aan werk. Ezelsbruggetje: hier gaat het over een teveel, het tekort en dan schrijf je het aan elkaar.

 

Samengestelde woorden

Heb je weleens gehoord van de term: samengestelde woorden? Dat zijn woorden die uit meerdere woorden bestaan, maar die je wel aan elkaar vast moet schrijven. Een paar voorbeelden: derdewereldland, rodewijnglas, vijfgangendiner, langebaanloper. Wanneer je dat niet zou doen, dan komt er soms iets geks te staan, zoals lange baanloper. In dit geval zou lange iets zeggen over de loper die dus lang is, maar het gaat erom dat de baan lang is. Voor de leesbaarheid mag je wel een streepje tussen de woorden zetten, maar nooit een spatie.

Er zijn een paar uitzonderingen: als een deel een naam is, dan zet je wel een spatie, bijvoorbeeld Eerste Kamerlid. Ook wanneer er al een streepje in een deel stond, blijft dat staan, zoals bij re-integratieproject. 

 

Skivakantie

In de winter gaan veel mensen op skivakantie. Skiën is best een lastig woord om te vervoegen. Ik ski, is niet moeilijk om te schrijven. Maar hoe doe je dat bij jij en hij? Jij skit en hij skit? Nee, dan is de kans te groot dat het verkeerd wordt uitgesproken. Daarom komt er in deze gevallen een e tussen, dus jij skiet en hij skiet. In de verleden tijd zie je die e ook weer terug: ik skiede, jij skiede, hij skiede en wij skieden. Bij ik heb geskied hoort de e er ook in. Hetzelfde geldt voor een woord als taxiën.

 

Gedichten

Als jij het leuk vindt om gedichten te schrijven, vraag je je misschien weleens af of je ook leestekens moet gebruiken. Gedichten zijn een vorm van kunst en daarom mag je als kunstenaar zelf weten of je leestekens gebruikt. Wil je dat de lezer jouw gedicht volledig leest zoals jij het hebt bedoeld, dan is het verstandig om leestekens toe te voegen, want leestekens kunnen jouw idee achter de zinnen verduidelijken. Vind je dat de lezer zelf een interpretatie aan jouw gedicht mag geven, dan kun je de leestekens weglaten. Hoe dicht jij?

 

Klemtoon

Twijfel jij ook weleens hoe je het meervoud moet schrijven van woorden die op een e eindigen, zoals knie, bacterie, twee en idee? Misschien heb je dan wat aan deze tip: wanneer de klemtoon op de laatste lettergreep valt, dan komt er ën achter, dus knieën, tweeën, ideeën. Ezelsbruggetje: een klemtoon geeft het woord een lange klank en dan maak je het woord ook langer, met ën dus. Bij bacterie komt de klemtoon niet op de laatste lettergreep, maar op de tweede en dan komt er alleen een n achter het woord. Op de laatste e komt dan een trema, dus bacteriën. 

 

Windrichtingen

Weet jij wanneer je windrichtingen met of zonder hoofdletter moet schrijven? Wanneer je het over een oostenwind hebt of je schrijft dat de wind uit het oosten komt, dan heb je het letterlijk over een windrichting en schrijf je het met een kleine letter. Wanneer je een geografisch, economisch of politiek gebied bedoelt, dan schrijf je het met een hoofdletter, bijvoorbeeld het Verre Oosten, de landen in het Zuiden en het Wilde Westen. Ook gebruik je een hoofdletter in aardrijkskundige namen, zoals in Oost-Europa, Zuid-Afrika.

 

Sinterklaas en sinterklazen

Op 5 december vieren we sinterklaas. Of moeten we sinterklaas eigenlijk met een hoofdletter schrijven? Als we het over dé unieke Sinterklaas hebben, dan schrijven we het met een hoofdletter. Hetzelfde geldt voor het woord Sint. Maar als het over het feest gaat, dan schrijven we sinterklaas. En als er vanwege de zwarte pietendiscussie een protestactie van sinterklazen is, dan schrijven we dat met een kleine letter, want dan hebben we het niet over één uniek persoon. En als je het over het werkwoord sinterklazen hebt, dan schrijf je het altijd met een kleine letter.

 

Whatsapp

Door de digitalisering krijgen we steeds meer nieuwe woorden in onze taal. Whatsapp is zo’n woord. Het begon met de dienst Whatsapp, maar inmiddels whatsappen we er lustig op los. De dienst Whatsapp schrijven we met een hoofdletter, maar het werkwoord met een kleine letter. Je vervoegt het als volgt: ik whatsapp, ik whatsappte en ik heb gewhatsappt. De stam van whatsappen eindigt op een p. De regels van ’t kofschip zorgen ervoor dat we whatsappte en gewhatsappt met een t schrijven.

 

Hen of hun?

Het gebruik van hen en hun is best lastig. Wanneer er een voorzetsel voor staat, schrijf je hen. Voorbeelden: ‘Ik geef het boek aan hen’, ‘Die kaart is voor hen’, ‘De bomen staan om hen heen’. Iets lastiger is hen als lijdend voorwerp, bijvoorbeeld in zinnen als ‘Ik feliciteer hen’, ‘Hij inspireert hen’. Je kunt controleren of hen lijdend voorwerp is door ‘worden’ en ‘zij’ in de zin te zetten. In dit geval: ‘Zij worden gefeliciteerd’, ‘Zij worden geïnspireerd’. Doordat dit correcte zinnen zijn, is hen het juiste woord.

Hun gebruik je als bezittelijk voornaamwoord: hun fietsen, hun tassen. Ook schrijf je hun in zinnen waar je een voorzetsel voor kunt denken: ‘Hij geeft hun een kop koffie’ (aan hen), ‘Verhuizen is hun een brug te ver’ (voor hen), ‘Dat risico is hun te groot’ (volgens hen). Hopelijk kun je met deze ezelsbruggetjes uit de voeten! 

 

Niet mixen a.u.b.

In interieurs heeft het vaak een mooi effect om spullen uit verschillende tijden met elkaar te mixen. Tijden mixen is in teksten geen goed idee. Bijvoorbeeld: Vandaag gaan we naar het circus. En toen gingen we op de voorste bank zitten. De eerste zin zegt iets over wat nog moet komen, terwijl de tweede zin suggereert dat het al voorbij is. Kies dus vooraf in welke tijd je de tekst wilt schrijven en wees consequent.

 

Schuine streep en spaties

Wanneer zet je spaties voor en na een schuine streep? Als er voor en na de schuine streep één woord staat, schrijf je het zonder spatie, bijvoorbeeld bij en/of, hij/zij, heer/mevrouw. Wanneer de schuine streep op meerdere woorden betrekking heeft, kun je er wel spaties voor en na zetten. Een voorbeeld: Hij vraagt een oranje voetbal / regenboogkleuren stoepkrijt voor zijn verjaardag.

 

Bijvoeglijke naamwoorden

We schrijven het lekkere ijsje, maar een lekker ijsje, het zwarte paard, maar een zwart paard, de glimmende ring, en een glimmende ring. Waarom schrijven we lekker en zwart bij een een-woord zonder e en glimmend met een e erachter? Dit komt omdat ijsje en paard het-woorden zijn. Bij de-woorden komt er dus wel een e achter en bij het-woorden niet. Bij meervoud komt er ook een e achter. Er zijn wel uitzonderingen: het gaat dan over het beroep of de functie van een persoon: zij is een groot danseres, hij is een fanatiek voetbalfan.

 

Streepje bij getallen en afkortingen

Schrijftip: wanneer na een cijfer een woord volgt, zet je er een streepje tussen. Voorbeelden hiervan zijn: 06-nummer, A3-formaat en 65+-pas. Dit geldt ook voor afkortingen waar een woord achter komt, bijvoorbeeld OV-kaart, cd-verzameling, wc-kalender.

 

Verharde of verhardde?

Wat is juist: het verharde voetpad of het verhardde voetpad? Verhard lijkt verleden tijd en omdat verhard op een d eindigt, lijkt het of je verhardde met dubbel d moet schrijven. In dit geval wordt verhard als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Het zegt dus iets over voetpad en dan wordt het met één d geschreven, dus het verharde voetpad. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het verwoeste kasteel en de vervreemde man.

 

Onregelmatig werkwoord

Ik loop, hij loopt. Hoe zit dat eigenlijk bij het werkwoord willen? Ik wil, hij wilt? Nee, willen is een onregelmatig werkwoord. De derde persoon, dat zijn hij, zij en het, schrijf je dan zonder t. Dus is het hij wil, zij wil, het wil. Handig om te weten, bijvoorbeeld bij een aanzoek.

 

Gebiedende wijs

Kom erbij. Ga mee. Word donateur. Allemaal voorbeelden van de gebiedende wijs. Soms schrijven mensen het werkwoord ‘worden’ in de gebiedende wijs met dt, dus wordt. Dit werd vroeger zo veel geschreven, maar tegenwoordig niet meer. Je kunt nu als leidraad aanhouden dat het in de gebiedende wijs hetzelfde woord is als in de ik-vorm, dus ik kom, ik ga, ik word.

Er is één uitzondering, namelijk bij het werkwoord zijn. De ik-vorm is dan ik ben, maar in de gebiedende wijs is het ‘wees’, dus bijvoorbeeld wees blij.

 

Baby's en cowboys

In de Nederlandse taal hebben we nogal wat woorden uit het Engels overgenomen, zoals baby en hobby. In het Engels is het meervoud hiervan babies en hobbies. Dat geeft nogal eens verwarring in het Nederlands, want daarin is het baby’s en hobby’s. Je kunt het onthouden, doordat het woord eindigt op een lange y. Het geldt ook voor andere woorden met een lange klinker aan het eind, zoals opa’s, taxi’s en menu’s.

Er is wel een uitzondering. Woorden die eindigen op een y, maar waar een klinker voor staat, zoals bij deejay en cowboy, daar schrijf je de s eraan vast. Dus deejays en cowboys.

 

Hoofd- of kleine letter?

U-bocht of u-bocht? Wanneer de letter iets zegt over de vorm van het woord dat erachter staat, gebruik je een hoofdletter. Bij T-shirt zegt de vorm van de letter ook iets over de vorm van het shirt, dus dat schrijf je officieel ook met een hoofdletter.

 

Rummikubben of rummikuppen?

Vakantietijd – spelletjestijd. Een spel als Scrabble of Rummikub schrijf je met een hoofdletter. Wanneer je er een werkwoord van maakt, dan schrijf je dat met een kleine letter, dus scrabbelen en rummikuppen. Let op: de b aan het eind van Rummikub verandert bij het werkwoord in een p, dat komt omdat je Rummikub als een p uitspreekt! 

 

Los of aan elkaar?

Combinaties van werkwoorden met de woorden binnen, neer, over en om schrijf je aan het werkwoord vast, dus bijvoorbeeld binnenhalen, neervallen, overbrengen en ombuigen. Wanneer je het over ‘naar binnen’ hebt, dan blijven het wel twee losse woorden.

 

Apostrof of streepje?

Als zelfstandige zonder personeel gebruik ik weleens de term zzp’er. Wist je dat je dat met een apostrof schrijft en dus niet met een streepje of ander leesteken? Je kunt het onthouden door dit foefje: je spreekt alle letters volledig uit en daardoor mag je er een apostrof achter zetten. Je schrijft het trouwens met kleine letters. Sms’je, vmbo’er en A4’tje zijn andere voorbeelden van letters waarin een apostrof zit verwerkt. A4’tje schrijf je wel met een hoofdletter, omdat A4 ook met een hoofdletter wordt geschreven.

 

Zullen en kunnen

Zullen en kunnen zijn onregelmatige werkwoorden. Je hebt je misschien al eens afgevraagd of je moet schrijven: je zult of je zal en je kunt of je kan. Goed nieuws: beide schrijfwijzen zijn goed. Wel wordt de schrijfwijze zonder t als informeler gezien. Wil je dus een officiële brief of mail sturen, dan kun je het best ‘je zult’ en ‘je kunt’ gebruiken.

 

Verkleinwoorden

Wanneer je van een woord een verkleinwoord wilt maken, kun je er vaak ‘je’ of ‘tje’ achter zetten, zoals bij paard, paardje, stoel, stoeltje. Bij woorden die op een klinker eindigen, werkt het anders. Kilo, pizza en paraplu zou je anders verkeerd kunnen uitspreken: kilotje, pizzatje en paraplutje. Wanneer je er een extra klinker in zet, los je dat probleem op, dus: kilootje, pizzaatje en parapluutje. Eindigt een woord op é, dan hoef je geen extra e toe te voegen, want het woord blijft hetzelfde klinken. Voorbeelden zijn satétje en cafétje.

 

Hardlopen en stofzuigen

Door mijn werk als tekstschrijver breng ik veel tijd door achter mijn bureau. Om het vele zitten te compenseren, ga ik regelmatig hardlopen. Hardlopen is zo’n woord dat trouwens best lastig in de verleden of de voltooide tijd te zetten is. De juiste schrijfwijze is: Ik loop hard, ik liep hard, ik heb hardgelopen. Stofzuigen is ook zo’n term. Dat vervoeg je als volgt: ik stofzuig, ik stofzuigde, ik heb gestofzuigd.

 

V of f in het meervoud?

Slurfen of slurven, briefen of brieven, zefen of zeven. Woorden die in het enkelvoud eindigen op een f, zoals slurf, krijgen in het meervoud vaak een v, dus slurven. Dat is de basisregel. Helaas zijn er in onze taal nogal eens uitzonderingen, zoals smurfen, triomfen, paragrafen, fotografen. Een kleine hulp bij de woorden op graaf: woorden die zijn afgeleid van het Griekse grafein (schrijven) houden in het meervoud een f. Kijk bij twijfel op https://onzetaal.nl/taaladvies/fotograven-fotografen/.

 

Vermijd ouderwets Nederlands

Soms gebruiken mensen het woord ‘welke’ om in een zin ergens op terug te grijpen, bijvoorbeeld: We gaan naar de bibliotheek, welke is gelegen naast het ziekenhuis. Welke is in dit verband eigenlijk ouderwets Nederlands. Je kunt er beter van maken: We gaan naar de bibliotheek, die is gelegen naast het ziekenhuis. En maak er dan ook meteen van: We gaan naar de bibliotheek, die naast het ziekenhuis ligt. Zo wordt de zin actief en leest ie prettiger.

 

Wanneer gebruik je wat of dat?

Weet jij wanneer je 'wat' of 'dat' moet gebruiken? ‘Dat’ gebruik je als het slaat op een zelfstandig naamwoord dat eerder in de zin voorkomt. Bijvoorbeeld: Daar staat het fietsje dat ik wil kopen. ‘Wat’ slaat op woorden die geen concreet zelfstandig naamwoord zijn, zoals iets, niets, het enige, datgene, het mooie, het leukste en ook het zevende, het achtste, enzovoort. Een voorbeeld: Ik ga iets doen wat ik nog nooit heb gedaan. Overigens kun je hier ook vaak ‘dat’ voor in de plaats zetten.  

 

Lang leve 't kofschip

Werkwoorden vervoegen is best lastig. Gelukkig hebben we ’t kofschip. Haal van een werkwoord -en af en kijk dan naar de laatste letter. Wanneer die in ’t kofschip staat, eindigen de verleden tijd en het voltooid deelwoord op een t. Woorden die op een sisklank eindigen, maar niet in ’t kofschip zitten, eindigen ook op een t. Voorbeeld: gebruiken - gebruikte - gebruikt, mixen - mixte - gemixt, matchen - matchte - gematcht.

 

Koppensneller of plaatjeskijker?

Hoe lees jij een tekst? Kijk je eerst naar de plaatjes om te bepalen of je de tekst wilt lezen? Of ben jij een typische koppensneller en bepalen de koppen boven de tekst of jij verder leest? Als je een tekst moet schrijven, denk dan ook aan een duidelijke verdeling in alinea’s. Zet boven de tekst een kop en doe dat ook boven een aantal alinea’s. En als kers op de taart zoek je een of meer afbeeldingen die aantrekkelijk zijn en iets zeggen over de tekst. Al deze elementen maken een tekst prettiger om te lezen en vergroten de kans dat mensen je tekst lezen. En dat is toch het uiteindelijke doel van je schrijfsel.

 

Maak je teksten actief

Probeer bij het schrijven van teksten passieve of lijdende werkwoorden te vermijden. ‘Worden’ is zo’n werkwoord. Passieve werkwoorden maken je tekst saai en ze spreken minder snel tot de verbeelding. De zin ‘De cijfers worden morgen bekend gemaakt’ klinkt minder actief dan ‘Morgen maakt de docent de cijfers bekend’. Je maakt een zin actief door erin aan te geven wie iets doet, in dit geval dus de docent. Lastig? Neem gerust contact met me op om je te helpen.

 

Humor graag!

Moet je een tekst schrijven over een ‘zwaar’ onderwerp, dan kun je dat vaak wat luchtiger maken door er wat humor in te verwerken. Zorg er wel voor dat je het netjes en respectvol houdt, want anders haken je lezers af. Door een anekdote kun je de zwaarte bijvoorbeeld wat uit het onderwerp halen en het van een andere kant belichten.

 

Varieer in lengte

Teksten worden prettiger om te lezen als je de lengte van de zinnen varieert. Als elke zin ongeveer even lang is, krijg je het gevoel dat deze door een robot is geschreven. Juist de afwisseling van lang en kort houdt het interessant.

 

Komma's en streepjes

Sommige werkwoorden bestaan grotendeels uit een afkorting, zoals sms’en en cc’en. Zoals je ziet, zet je er dan een apostrof (hoge komma) in. De regel hierbij is dat de afkorting nog duidelijk zichtbaar moet zijn. In de verleden tijd gebruik je daarom de regels van ’t kofschip. Dus: hij sms’te, hij heeft ge-sms’t. Bij het voltooid deelwoord, ge-sms’t, zet je er dus ook nog een streepje tussen.

 

Enkelvoud of meervoud?

Bij woorden zoals ‘aantal’, ‘groep’ en ‘paar’ hebben we vaak het gevoel dat we meervoud moeten gebruiken. Toch is het woord zelf enkelvoud en daarom moet je dat ook als enkelvoud in een zin verwerken. Voorbeelden: een aantal wandelaars neemt altijd het linker pad. De groep fietsers ging de berg op.

Er is wel een uitzondering. Heb je het over een paar willekeurige sokken, dan kun je meervoud gebruiken. Dus: er hingen een paar sokken aan de waslijn. 'Paar' kun je dan vervangen door het woord 'enkele'.

 

5x W en 1x H

Wil je een persbericht schrijven voor je werk of voor een vereniging waar je lid van bent? Zorg dan dat de 5 W’s en 1 H in de tekst staan. Dit zijn: wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. Zorg dat je na het schrijven antwoord hebt gegeven op deze 6 vragen, dan staan alle belangrijke feiten erin.

 

Komma s of niet?

Jans boek, Peters jas, maar Pedro’s fiets, Anna’s school en Truus’ pen. Snap jij het nog? Bij Jan en Peter verandert er niets aan de klank en kan de s er gewoon aan vast. Als we dat zouden doen bij Pedro en Anna, klinkt het als Pedròs en Annàs, dus met een korte klank. Door de ’s blijven de woorden hetzelfde klinken. Bij namen als Truus, Fernandez en Lex hoor je aan het eind een sisklank. Er komt dan geen s achter, maar alleen een apostrof (‘), dus Truus’, Fernandez’ en Lex’.

 

Dubbele ontkenning

Wanneer je de woorden ‘niet’, ‘geen’, enzovoort gebruikt, moet je goed  opletten hoe je de zin verder schrijft of zegt. Veel mensen gebruiken een dubbele ontkenning in een zin, waardoor je eigenlijk het omgekeerde bedoelt. Voorbeeld: Het is verboden om hier niet in te rijden. Er wordt bedoeld dat het verboden is om in te rijden, maar er staat dat je er juist wel in moet rijden. Ander voorbeeld: met deze regels wordt voorkomen dat zij niet op de vluchtstrook gaan rijden. Voorkomen en verboden zijn woorden waar al een ontkenning in zit. In dat soort zinnen moet je daarom geen extra ontkennend woord zetten, want dan gaat de zin het omgekeerde betekenen.

 

Trek je doelgroep je persbericht in

Bij het schrijven van een persbericht kun je beginnen met ‘Op 16 maart organiseert voetbalvereniging Altijd Raak uit Niemandsland op het eigen voetbalcomplex een voetbaltoernooi voor basisschoolkinderen.’ Je kunt ook iets meer de aandacht trekken door bijvoorbeeld met een citaat te beginnen, zoals: ‘Wij zijn op zoek naar voetbaltalent en organiseren daarom een voetbaltoernooi voor schoolkinderen’, legt trainer Jan de Wit enthousiast uit. Op deze manier trek je de lezer meer je bericht in en is de kans groter dat het wordt gelezen.

Je communicatie goed geregeld!
Top <h4>jannetteweultjes.nl sitemap:</h4> <ul> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/home">Welkom</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/persbericht-schrijven">Persbericht schrijven uitbesteden</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/website-schrijven">Website schrijven uitbesteden (SEO)</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/trainingen">Trainingen</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/workshop-verbeter-je-website">Workshop Verbeter je Website</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/training-optimaliseer-je-website">Een-op-een Training Optimaliseer je website</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/e-learning-persbericht-schrijven">E-learning Persbericht schrijven</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/training-persbericht-schrijven">Training Persbericht schrijven</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/inspiratieworkshop-social-media">Inspiratieworkshop voor je Social Media</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/incompany-training-persbericht-schrijven">Incompany training Persbericht schrijven</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/taaltraining">Taaltraining</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/communicatie-uitbesteden">Communicatie uitbesteden Jannette Weultjes</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/feestkrant">Feestkrant</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/jannette-weultjes">Jannette Weultjes</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/schrijftips">Schrijftips</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/contact">Contact</a></li> <li><a href="https://www.jannetteweultjes.nl/privacy">Privacy</a></li> <ul>